Het zal elkeen al wel opgevallen zijn : die letters en nummers die vaak volgen op een cactusnaam of gewoon na spec. Het gaat dan meestal over veldnummers.
Wat zijn eigenlijk veldnummers ?
Neem nu bvb Friedrich Ritter, een man die heel veel jaren door Zuid-Amerika trok op zoek naar cactussen : te voet, met de fiets, de bus, enz... Ritter had natuurlijk het voordeel vaak op plaatsen te komen waar voorheen nog geen cactusliefhebber kwam. Hij vond maw veel nieuwigheden. Telkens als hij dus in de natuur weer een andere cactus vond gaf hij deze een oplopend nummer voorafgegaan door zijn initialen 'FR', bvb FR1264. Zo kon en kan men steeds perfect weten over welke plant het gaat, waar deze gevonden werd, enz...
Het is duidelijk dat het niet steeds evident is om ter plaatse reeds te zeggen welke planten men gevonden heeft. Op deze manier is er een perfecte structuur aan gegeven en kan men achteraf studeren op de planten zonder er het noorden bij te verliezen. Het is dus ook van belang dit nummer in stand te houden. Daarmee bedoel ik als je bvb een Sulcorebutia hebt met een veldnummer HS14 (= fictief) en je geeft er een stekje van door aan iemand, om naast de eventuele naam ook de voorhanden zijnde veldnummer erbij te plaatsen op het etiket dewelke wordt meegegeven met het stekje.
Veldnummers hebben dus steeds een bepaalde structuur, één of meerdere letters gevolgd door een oplopend getal. De bedoeling is uiteraard om nadien overzicht te behouden op wat men gevonden heeft. Iemand die zich specialiseert in bepaalde geslachten zal veelvuldig geconfronteerd worden met veldnummers om zo de chaos te vermijden binnen een geslacht. Veldnummers die heel bekend en al heel lang in circulatie zijn, zijn bvb HU (Horst-Uebelmann), FR (Friedrich Ritter), Lau (Alfred Lau), ...
Het gebruik van veldnummers betekent dat je daardoor ook heel wat gegevens supplementair kan verzamelen over de planten : waar zijn ze gevonden, welke veldnummers (bvb van andere veldonderzoekers) zijn synoniem, ... op voorwaarde dat je toegang hebt tot die lijsten. Maar dankzij internet is dat natuurlijk een fluitje van een cent.
Eén van die sites is bijvoorbeeld http://ralph.cs.cf.ac.uk/Cacti/fieldno.html.
De tijd lijkt gekomen om - 9 maanden na het opstarten van de nieuwe site - om even te kijken wie, wat en vooral hoeveel beozkers www.grusonia.be reeds gehad heeft. Vandaag (11/9/2008) met behulp van wat webstat programma's bekom ik volgende cijfers.
| unieke bezoekers | aantal bezoeken | pagina's | hits | bandbreedte | |
| januari | 426 | 616 | 3670 | 24442 | 257.45 MB |
| februari | 474 | 676 | 16241 | 36780 | 315.08 MB |
| maart | 487 | 658 | 21083 | 39450 | 324.99 MB |
| april | 523 | 688 | 14695 | 37319 | 360.98 MB |
| mei | 965 | 1155 | 35702 | 58182 | 461.51 MB |
| juni | 731 | 913 | 45020 | 64813 | 515.43 MB |
| juli | 544 | 801 | 32778 | 51764 | 415.96 MB |
| augustus | 557 | 1014 | 26092 | 46143 | 401.00 MB |
| sept | 192 | 292 | 9325 | 17466 | 132.80 MB |
| oktober | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| november | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| december | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Total | 4899 | 6813 | 204606 | 376359 | 3.11 GB |
Niet slecht zou ik zeggen.
Wat betreft de herkomst van onze bezoekers:
| Landen | % |
| United States | 62,2% |
| European country | 20,5% |
| Belgium | 10,6% |
| Netherlands | 4,5% |
| Unknown | 1,0% |
| Germany | 0,2% |
| Austria | 0,1% |
| Great Britain | 0,1% |
| South Korea | 0,1% |
| Australia | 0,1% |
| France | 0,1% |
| Czech Republic | 0,1% |
| Canada | 0,1% |
| Israel | 0,0% |
| Spain | 0,0% |
| Luxembourg | 0,0% |
| Japan | 0,0% |
| Thailand | 0,0% |
| Italy | 0,0% |
| China | 0,0% |
| Sweden | 0,0% |
| Hong Kong | 0,0% |
| Switzerland | 0,0% |
| South Africa | 0,0% |
| Denmark | 0,0% |
| Others | 0,2% |
| Totaal | 100% |
Niets spectaculairs hier, wel interessant om zien waarvandaan onze bezoekers komen. Dat de USA bovenaan staat is heel normaal: er zijn evenveel internetters in de US als in de rest van de wereld samen. Maar wist je bijvoorbeeld dat we enkele bezoekers uit Thailand krijgen? ook "unknown" komt op bezoek... uit de ruimte?
En via welke weg komen ze bij ons terecht?
77% komt direct: ze typen het URL in of gebruiken een bookmark in hun browser. 16% komt via een zoekmachine en het restant 7% komt via een ander website. De bezoekers die via een zoekmachine komen:
| 81.8 % | |
| Windows Live | 5.7 % |
| MSN Search | 3.6 % |
| Ask | 2.8 % |
| Google (Images) | 2.8 % |
| AltaVista | 1.4 % |
| Google (cache) | 0.7 % |
| Yahoo! | 0.7 % |
Van deze die via een andere website komen selecteerde ik de diegenen met minimum 0,5% aandeel:
| http://cactus.start.be | 16,7% |
| http://www.cactus-mall.com | 16,4% |
| http://www.cactusweelde-antwerpen.be/clubs.php | 5,6% |
| http://users.online.be/cactusvetplant/NL/various/links.html | 5,1% |
| http://cactus.startpagina.nl | 4,3% |
| http://www.sitidi.net | 3,6% |
| http://users.skynet.be/fa109074/ | 3,2% |
| http://vetplanten.goedbegin.nl | 2,8% |
| http://www.succulenta.nl/diversen/links.htm | 2,4% |
| http://ex4roses.googlepages.com | 2,2% |
| http://www.detuingids.be | 2,0% |
| http://www.cactusclub-lophophora.be/ | 1,5% |
| http://www.true-directory.com | 1,4% |
| http://www.aylostera.be/ccaa/inhoud/listcv.htm | 1,2% |
| http://www.bloemenenplanten.nl/lezerspagina.php | 1,1% |
| http://www.florasuculenta.com/Links/index.htm | 1,0% |
| http://www.welcometocactusland.com/Links/index.htm | 1,0% |
| http://www.tuin-wiki.nl/Main/CactusLinks | 0,8% |
| http://www.zita.be/zoeken/ | 0,8% |
| http://www.succulent-plant.com/cactus-societies.html | 0,7% |
| http://www.members.tripod.com/grusonia/ | 0,6% |
| http://www.skynet.be/index.html | 0,6% |
| http://www.bad-neighborhood.com/text-link-tool.htm | 0,5% |
| http://www.infonu.nl/members/artikel-aanpassen.php | 0,5% |
| http://www.tuinagenda.be/locs/index.cfm | 0,5% |
Een aantal van deze sites zijn infeite ook zoekmachines (bv. www.sitidi.net) of afgeleide pagina's van zoekmachines. Opvallend is wel het grote aandeel van cactus.start.be en cactus-mall.com. Ook de websites van onze zusterclubs hebben een groot aandeel. Twee mysterieuze adressen vallen op: users.skynet.be/fa109074 die blijkt de ELK website te zijn en ex4roses.googlepages.com blijkt dan weer de website van onze vriend "CactElders" te zijn, een bezig bijtje!
Browsergebruik:
Uit de stats blijkt ook het browsergebruik: MSIE (Internet Explorer) heeft nog steeds het grootste aandeel waar de meesten de versie 7 gebruiken. FireFox zit met een aandeel van een kleine 6% op de tweede plek. De nieuwe browser Google Chrome komt nog niet in de lijst voor (misschien bij unknown). De Mac gebruikers (Safari) zijn met een kleine 3%.
| Msie 7.0 | 78,7% |
| Msie 6.0 | 9,0% |
| Msie 5.5 | 0,1% |
| Msie 5.01 | 0,1% |
| Msie 5.0 | 0,0% |
| Firefox 3.0.1 | 1,3% |
| Firefox 2.0.0.16 | 4,1% |
| Firefox 2.0.0.11 | 0,5% |
| Safari | 3,1% |
| Opera | 1,6% |
| Mozilla | 0,6% |
| Unknown | 0,3% |
zoektermen:
In een zoekmachine gebruik je een zoekterm: één of meerdere woorden: wat zijn die termen die tenslotte naar grusonia leiden:
| grusonia | 16,8% |
| vetplanten | 6,9% |
| cactussen | 5,9% |
| www.grusonia.be | 2,5% |
| cactus | 0,7% |
| vetplanten stekken | 0,6% |
| wortelluis | 0,6% |
| jaarkalender 2008 excel | 0,5% |
| cactus club | 0,5% |
| crassula ovata | 0,5% |
| Andere zoektermen | 64,0% |
Naast 'grusonia',cactussen' en 'vetplanten' zijn er een zeer groot aantal zoektermen. 64% staat niet in deze lijst. Eén groep heeft dudielijk te maken met pijn...
een grote groep gaat over ziektes en problemen:
en ook menselijk leed:
en er wordt ook regelmatig naar mensen gezocht:
Jan
Oorspronkelijk verschenen in de Brugse Cactuspost jaargang 1, 1978-1979. Geënt door K. Neirinck, afgeschuind door J. Vandorpe
Video door Skworez van Fernand Veeckman
Net zoals bomen en sierplanten kunnen cactussen en vetplanten geënt worden, dit gebeurt hoofdzakelijk om de groei te stimuleren of veilig te stellen.
Bij een enting wordt een stuk plant - de ent - bovenop een andere bewortelde plant gezet: de onderstam. Bij het enten raken de vaatbundels van de ent en deze van de entstam elkaar. Zo gaat de sapstroom van de entstam naar de ent. Dat geeft een aantal voordelen:
De beste onderstammen worden gekozen uit stevige en weinig gevoelige soorten met een sterk wortelgestel. De keuze van onderstam is meestal gebaseerd op de vereisten van de ent, maar men dient ook met de groeivereisten van de onderstam rekening te houden. Cactussen worden op cactussen geënt, euphorbia's op euphorbia's, etc..
Onderstammen krijg je door ze te zaaien of door stekken te bewortelen. De onderstammen zijn bruikbaar als ze volwassen worden of zijn en vollop aan de groei zijn.
De belangrijkste cactusonderstammen:
Hylocereus guatemalensis
Is een entstam die veel warmte en vocht nodig heeft, ook tijdens de winter. Deze wordt veel gebruikt in Japan om er alle mogelijke hybriden op te enten. Bij ons komt men deze slechts sporadisch tegen voor jonge zaailingen, en dan nog maar als voorlopige onderstam. Zijn sterke groeikracht maakt hem voor dit doel wel bijzonder geschikt.
Pereskiopsis
Dit is de oervorm van de cactus: in tegenstelling met andere cactussen heeft hij dikke, vlezige bladeren die op een dun stammetje groeien. Hij is vooral een entstam voor zaailingen, dus geen blijvende onderstam. Deze onderstam vraagt voldoende vocht, ook in de winter en een minimum temperatuur van ongeveer 15 °C. Men kan er zaailingen van 6 weken oud op enten. Beste entperiode maart-april.
Echinopsis
Deze veel voorkomende plant is erg geschikt als definitieve onderstam. De slaagkans is groot. Deze stam is goed bestand tegen lage temperaturen en geeft aan de ent een normale groei.
Opuntia
De Opuntia bergeriana en O. marina zijn goed geschikt om op te enten. Naast tephrocactussen enten we er ook met goed gevolg espostoa’s op. Opuntia entstammen zijn niet ongevoelig voor koude en vocht en daarenboven redelijk goed bestand tegen allerlei kwalen. Ze kunnen bovendien snel vermeerderd worden. Op een opuntia marinaschijf kan gemakkelijk een 20-tal entelingen geplaatst worden.
Trichocereus
bevat een aantal soorten die erg geschikt zijn als onderstam. T. schickendantzii , T. lamprochlorus, T. macrogonus, T. pachanoi en T. spachianus.
Eriocereus jusbertii
Dit is een veelgebruikte stam die jarenlang groen blijft en niet gemakkelijk vatbaar is voor aaltjes. Komt goed door de winter, mits hij een weinig vochtig gehouden wordt bij een temperatuur van omstreeks 8°C. De geënte planten groeien er goed op en zijn rap bloeirijp. Voor sulcorebutia's is het een uitstekende stam. Bij het enten kunnen er wat problemen ontstaan met het slijmerige sap. Dit kan oorzaak zijn van mislukkingen.
Wat hebben we nodig om te enten?
Wanneer enten?
In principe kunnen we gans het jaar door enten, op voorwaarde dat de onderstam op sap staat. De meest geschikte entperiode is april-mei-juni.
de onderstam:
We kiezen de gewenste hoogte van de entstam - dit is veelal ter hoogte van de plaats waar deze is beginnen groeien - en snijden deze dan horizontaal af. De snede moet recht en glad zijn en uitgevoerd worden in één snijdende beweging. We houden de pot met de entstam in de linkerhand en snijden deze zo op de gewenste lengte af. Vervolgens kanten de onderstam conisch af, om er later een dun schijfje te kunnen afsnijden en scheutvorming te voorkomen. De scheuten uit de bovenste areolen zouden immers de ent kunnen wegduwen.
de ent:
Bij jonge zaailingen volstaat het onderste 2 à 3 mm boven de wortels weg te snijden. Dit doen we bij voorkeur met een scheermesje. Bij grote zaailingen, wortelechte planten of stekken, snijden we deze eveneens langs onder af. Daarna kanten we ze conisch af, zodat we vlak voor het enten nog een dun schijfje kunnen wegsnijden zonder het weefsel te schenden. enten We snijden van entstam horizontaal nog een dun schijfje af. We laten dit schijfje voorlopig op de onderstam liggen.
Bij de enteling doen we net hetzelfde. Vervolgens nemen we de dunne schijfjes van de onderstam en de ent weg en plaatsen met een draaiende beweging de ent op de entstam. We draaien nog enkele malen links en rechts om de lucht te verwijderen tussen ent en entstam. Wanneer de ent en de stam geen gelijke doormeter hebben, moeten we er voor zorgen dat de vaatbundels van beiden elkaar kruisen.
We geven de nodige druk met elastieken of entapparaat. Wanneer dit enigszins kan, doen we dit met de vertrouwde elastiekjes. Bij zeer weekvlezige enten - vb. sommige echinocereussen - plaatsen we bij voorkeur een propje watten op de plant, zodat de elastiekjes niet doorheen de enteling snijden. Reepjes nylonkous zijn ook hier uiterst geschikt voor. Kruisgewijs spant men deze over de ent en haak je ze vast aan de bedoorning.







In het voorjaar snijden we stekken af van 8 cm lengte, en stoppen die onmiddellijk in de grond die we op een 20°C houden en met een redelijke vochtigheid. Bij het enten moet de temperatuur minimum 20°C bedragen. We enten op stammetjes die goed aan de groei zijn en snijden er de bovenste 2 cm af met een scheermesje. Onmiddellijk vormt er zich een druppel vocht op het entvlak. Dit verwijderen we meteen proper niet pluizend vodje. Op het entvlak dat een doormeter heeft van 2 à 3 mm, plaatsen we een zaailing van dezelfde doormeter, nadat we eerst de worteltjes hebben afgesneden met een scheermesje. De nodige druk geven we met reepje glas. Ander drukkingsmateriaal is bijna onbruikbaar, daar teveel druk het tere zaailinkje zou verpletteren. Na 1 à 2 dagen is de ent met de entstam vergroeid. We enten we het best op Peireskiopsis in maart-april, zodat we nog voor de winter de flink gegroeide zaailing kunnen overenten op een definitieve onderstam.
Enten van cristaten.
De meeste kamvormen dienen geënt te worden. De vaatbundels hebben de centrale as verlaten en zijn verspreid over het gehele weefsel, waardoor ieder stuk van de cristaat geënt kan worden. Om onze cristaten te behouden moeten we regelmatig de uiteinden wegsnijden; zodat de cristaat zich rond de entstam kan wentelen. Doen we dit niet dan knijpt de cristaat de entstam dicht en verhindert de sapdoorstroming naar de cristaat. Doordat de centrale vaatbundels in de lengte liggen, is het gemakkelijk cristaten te enten. We zorgen er evenwel voor dat het entstuk conisch is afgekant. We passen vervolgens dezelfde werkwijze toe als bij het enten op cereus-onderstammen.
Wist u dat…
U een entstukje omgekeerd kunt enten?
Heeft u ergens een zeldzaam zaailinkje op de kop kunnen tikken en u zou het willen vermeerderen, doch u beschikt maar over één plantje. De oplossing: u ent het zaailinkje op de gewone manier en het afgesneden "kontje" dat normaal weggeworpen wordt ent u omgekeerd op een tweede stam (de wortels naar boven). Uit dit geënte kontje kunnen later scheuten ontspruiten die nieuw kweekmateriaal leveren.
Hoe verzorgen we onze planten de eerste weken na het enten ?
De geënte planten plaatsen we uit de zon op een goed verluchte plek. Indien mogelijk buiten onder een afdak. De eerste weken geven we bij voorkeur water langs onder. Wanneer we over de kop zouden gieten kan dit verrotting veroorzaken. We zullen ze nochtans goed vochtig houden, om het sapverlies tengevolge het enten te ondervangen. Na een 10-tal dagen is de ent met de entstam vergroeid, bij sommige geslachten reeds vroeger. We nemen dan de elastiekjes of ander drukkingsmateriaal weg. Wees voorzichtig met haakdoornige planten, zodat je de ent van de stam niet losrukt.
Wat zijn de meest voorkomende oorzaken van mislukkingen ?
Bent u ook één van die Belgen met een kilootje teveel?
geen nood, het wondermiddel bestaat echt en zal waarschijnlijk in 2007 verkocht worden onder de naam 'Hoodia pillen'.
Sedert mensenheugenis kauwen de San Bosjesmannen in de Kalahari woestijn Hoodia (Hoodia gordonii en parviflora) om honger en dorst te onderdrukken. De lange succulente stengels werden vooral gebruikt tijdens dagenlange jachttochten tijdens dewelke de bosjesmannen niets aten om het wild te kunnen volgen.
Tegenwoordig is deze - niet bijster mooie - plant het middelpunt van een internationale ruzie tussen de Westerse Farmaceutische industrie en de bosjesmannen en hun medestanders.
De Zuid-Afrikaanse firma Phytofarm kwam de hongerstillende werking van de plant te weten van de bushmen en extraheerde het actieve bestanddeel eruit onder de naam P57.
Daarna verkocht het de rechten op deze stof door aan Pfizer, de Amerikaanse farmaceutica gigant (gekend van Viagra), die er patent op nam en de pillen commercialiseerde in de hoop er evenveel aan te verdienen als mirakel afslankmiddel.
Ondertussen was iedereen wel vergeten de Bosjesmannen op de hoogte te brengen dat er met hun traditionele kennis hopen geld verdiend werden. In 2001 echter heeft een groep Bosjesmannen een advocaat onder de arm genomen en een rechtzaak aangespannen tegen beide firmas.
Wanneer de firma Phytofarm geconfronteerd werd met deze beschuldigingen was hun repliek dat ze 'dachten dat de bosjesmannen uitgestorven waren'. Dat terwijl er in Zuid-Afrika, Namibia, Botswana en Angola alleen al over de 100 000 San leven.
Een medewerker van ActionAid, een internationale ontwikkelingsgroepering zei: 'Dit is zonder twijfel een overduidelijk geval van bio-piraterij. Multinational zoeken de wereld af om traditionele kennis van een van de armste gemeenschappen in de wereld af te snoepen. Toestemming wordt niet gevraagd en compensatie wordt zelden gegeven. Het systeem van patenten moet dringend hervormd worden om traditionele geneeswijzen beter te beschermen.'
De harde leefomgeving in de Kalahari waar de bosjesmannen sedert duizenden jaren wonen heeft van hen uitstekende plantenkenners gemaakt. Ze kunnen zonder problemen meer dan 300 verschillende planten identificeren en hun eigenschappen opsommen. het lijkt er op dat het Hoodia patent slechts een eerste strijd is tussen farmaceutische industrie en derde-wereld landen. Het feit dat deze firmas heel dikwijls die arme landen het recht op goedkope geneesmiddelen ontzegt (AIDS) zal zeker tot de discussie bijdragen.
De verkoop van Hoodia pillen op het internet heeft momenteel dergelijk proporties aangenomen dat er moet gevreesd worden voor een uitroeiing in het wild op grote schaal. Bijna alle preparaten die via het net aangeboden worden zijn bereid uit in het wild geplukte planten.
Nochthans zijn Hoodia's makkelijk te kweken in een droog, heet klimaat en er zijn reeds meerdere 'Hooida farms' opgestart in zuidelijk afrika om klaar te zijn voor de lancering van het wondermiddel. In ons klimaat kweek je deze Stapelia-achtige best in een zandige grond en pas je op voor te hoge luchtvochtigheid.
Onlangs verscheen in de media een berichtje over de 'Hawaiaanse of Vulcan palm' - Brighamia insignis (Campanulaceae) - een met uitsterven bedreigde soort die op het Hawaiaanse eiland Kaua'i voorkomt. Vroeger allomtegenwoordig op de loodrechte rotswanden van de vulkanen, zouden er nu nog slechts 6 exemplaren meer van over zijn. De introductie van vreemde plantensoorten heeft de Vulcan palm ongetwijfeld parten gespeeld, maar de echte nagel in zijn doodskist is waarschijnlijk het uitsterven van zijn bestuiver, een motje met een zeer lange tong, het enige insect dat diep in de buisvormige bloemen doordrong, waarschijnlijk ook ten prooi gevallen aan landvreemde dieren.
Wetenschappers en vrijwilligers van de IUCN Species Survival Commission (SSC) zijn in actie geschoten en zijn de overblijvende exemplaren zelf met penseeltjes gaan bestuiven. Soms moesten ze daarbij aan touwen langs de loodrechte rotswanden naar beneden hangen.
Een gedeelte van het zaad dat is geoogst van de wilde Brighamia is naar universiteiten en botanische tuinen verspreid over de hele wereld gestuurd. Via de universiteit van Bon, Duitsland is Plant Planet in het bezit van een aantal zaden gekomen en is hiermee een veredelingsprogramma gestart. Het resultaat hiervan is dat er een selectie is ontstaan die geschikt is voor de teelt in kassen. Hawaiaanse palmen worden momenteel massaal opgekweekt in een aantal Belgische en Nederlandse kwekerijen en zijn nu al in de handel te vinden.
Door een Hawaiaanse palm te kopen steun je het werk van het IUCN en help je bedreigde dier en plantsoorten redden.
De plant die een succulente stam heeft, ziet er erg aantrekkelijk uit maar schijnt niet van volle zon en superdroge lucht te houden. Veel licht en een goede verluchting zijn ideaal. Hij is ook nogal spint- en thripsgevoelig omdat deze beestjes niet op Hawai voorkomen. Hij houdt ervan in de zomer buiten te staan.
Persoonlijk heb ik er nog geen ervaring mee, maar als u er wel eentje hebt, laat je het me eens weten?
Masahiko Hayashi, 56, een Japanse professor en gekend Haworthia expert werd in september 2003 samen met zijn twee volwassen kinderen gearresteerd voor het roven van een grote hoeveelheid zeldzame en beschermde Haworthias en veroordeeld door de rechtbank in Oudtshoorn.
De door de Zuid-Afrikaanse natuurbescherming recent opgerichte "green crime unit" werd getipt door lokale bewoners en vond op zijn hotelkamer 564 beschermde succulenten, netjes verpakt in papieren zakdoekjes en voorzien van naam en vindplaats.
Volgens de lokale politie was de trip perfect voorbereid en was de professor in het bezit van een GPS toestel en stafkaarten waarop tot in de kleinste details de vindplaatsen aangeduid waren. Haworthias zijn in Japan zeer gegeerd en worden voor grof geld verkocht.
Enkele weken eerder werd reeds een bus met Japanse toeristen tijdens een wegcontrole tussen Calitzdorp en Oudtshoorn tegengehouden. Enkelen hadden verstuurbewijzen van postpakketten bij zich waarmee planten naar Japan verstuurd werden. De toeristen werden echter vrijgelaten omdat ze geen planten bij hadden. Toch werden later langs de weg uitgegraven en weggegooide planten aangetroffen.
Het hoofd van de "green crime unit", Paul Gildenhuys zei dat deze nieuwe eenheid 100 % success boekt in vervolgingen tegen natuurdelicten zoals het illegaal verzamelen en smokkelen van beschermde diersoorten en planten.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 18 September 2003 in The Star, een Zuid-Afrikaanse krant.