Cactussen van het geslacht Mammillaria zijn meestal ogenblikkelijk te herkennen: het plantlichaam heeft geen ribben zoals vele andere genera, maar 'tepels' (mammil betekent tepel).
Elke 'tepel' heeft een aureool van doornen - meestal niet langer dan 1 cm - bestaande uit een tiental randdoornen met centraal één of enkele middendoornen, die dikwijls gehaakt zijn.
Dit typische kenmerk - die Mammillaria slechts deelt met enkele andere genera (Coryphanta, Rebutia) - wordt nog verstrekt door de inplanting van de bloemen: deze zijn meestal klein en komen uit de axillen tussen de tepels en verschijnen bijna steeds in een krans rond de schedel.
Mammillaria is het grootste cactusgeslacht en heeft een verscheidenheid aan vormen en bloemkleuren. De rode vruchten die vaak gewillig verschijnen, verhogen de sierwaarde. De meeste Mammillaria's stammen uit Mexico. Heel wat Mammillaria's ontwikkelen zich op latere leeftijd tot grote, veelkoppige groepen die bijzonder mooi kunnen zijn.
Een Mammillaria is zonder twijfel de beste keuze voor de beginner. Ze bloeien al op zeer jonge leeftijd en zijn makkelijk te zaaien en te stekken. Enkele uitzonderingen daargelaten stelt dit geslacht geen bijzonder eisen wat betreft de verzorging: ze houden van veel licht en volgen voor de rest de algemene regels van een droge winter en een groeisezoen in de zomer.
Foto's en beschrijvingen: Jean-Marie Callens
herkomst U.S.A. Arizona (Cochise Co.) op 1.500 tot 1.800 meter hoogte.
Bolvormige tot kort- ...